Gerechtelijke procedure

De gerechtelijke procedure

Als een schuldenaar ook na aanmaningen en sommaties niet betaalt, dan zal de schuldeiser vaak een gerechtelijke incassoprocedure starten. De schuldeiser vraagt in deze procedure de rechter om de schuldenaar de veroordelen om de openstaande vordering (en de inmiddels opgelopen kosten) te voldoen. Als de rechter een dergelijk vonnis ook daadwerkelijk uitspreekt, kan de schuldeiser dit vonnis gebruiken om bijvoorbeeld beslag te leggen op de bankrekeningen van de schuldenaar om zo zijn geld te incasseren.

De start van de procedure: de dagvaarding
De incassoprocedure start met een zogenaamde dagvaarding. Dit is een officieel document waarin de eisende partij (de schuldeiser) de gedaagde partij (de schuldenaar) meldt dat hij (de schuldenaar) zich op een bepaald moment voor de rechter moet verantwoorden. De dagvaarding wordt door een deurwaarder bij de schuldenaar bezorgd.

In de dagvaarding staat verder omschreven waarom de schuldeiser vindt dat de schuldenaar hem geld verschuldigd is. Ook zal de schuldeiser in de dagvaarding vaak omschrijven welke stappen hij al eerder ondernomen heeft om de schuldenaar tot betaling te dwingen. Verder zal de schuldeiser in de dagvaarding ook vermelden welke (incasso)kosten hij heeft moeten maken. Tot slot wordt in de dagvaarding de rechter verzocht om de schuldenaar te veroordelen om de openstaande schuld en de gemaakte incassokosten te voldoen.

Zittingsdatum
In de dagvaarding staat een datum genoemd waarop de gedaagde partij uiterlijk moet meedelen of hij verweer gaat voeren tegen de vordering(en) van de schuldeiser. De datum waarop de schuldenaar deze mededeling moet doen is de zittingsdatum. De gedaagde partij kan dit verweer meteen voeren, maar hij kan ook een uitstel vragen. Het verweer kan mondeling gevoerd worden, maar in de praktijk gebeurt dit veelal schriftelijk. Ook stelt de rechter een schriftelijk verweer in eerste instantie vaak het meest op prijs. Als u daadwerkelijk mondeling bij de rechtbank verweer voert, dan wordt uw verweer officieel schriftelijk vastgelegd in een document dat proces-verbaal heet.

Wanneer u mondeling verweer voert, is het verstandig om uw verweer ook op schrift te stellen. Op die manier voorkomt u dat de rechter misschien niet al uw argumenten in het proces-verbaal opneemt.

Conclusie van antwoord
Het eerste verweer dat de gedaagde partij voert, noemt men in vaktaal de conclusie van antwoord. Het gaat dan dus om de schriftelijk reactie van de gedaagde partij op de vordering(en) zoals die in de dagvaarding omschreven staan. De gedaagde partij geeft in de conclusie van antwoord aan waarom hij vindt dat de vordering niet of slechts gedeeltelijk betaald hoeft te worden.

In een incassoprocedure komt het regelmatig voor dat de gedaagde partij helemaal niet reageert. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat de schuldenaar de spreekwoordelijke kale kip is en geen geld heeft, maar wel veel schulden. Of de situatie van een schuldenaar die opzettelijk veel schulden maakt en vervolgens met de noorderzon vertrekt. Als een gedaagde partij helemaal niet komt opdagen en ook niet schriftelijk reageert, dan zal de rechter de vordering van de eisende partij in principe toewijzen. In vaktaal zegt men dan ook wel dat de rechter een verstekvonnis uitspreekt.

Conclusie van repliek
Vervolgens is de eisende partij weer aan de beurt. In een zogenaamde conclusie van repliek mag de schuldeiser weer reageren om de standpunten van de schuldenaar zoals verwoord in de conclusie van antwoord.

Conclusie van dupliek
Daarna mag de schuldenaar ook nog een keer reageren. Dit schriftelijke stuk noemt men de conclusie van dupliek. De rechter zal al deze stukken bestuderen en zal dan laten weten of hij voldoende informatie heeft om een vonnis te maken of dat hij beide partijen bij zich roept voor een verdere toelichting.

Comparitie van partijen
Het komt regelmatig voor dat de rechter beide partijen al na de conclusie van antwoord uitnodigt om naar de rechtbank te komen. Deze bijeenkomst noemt men een comparitie. Tijdens deze bijeenkomst kan de rechter vragen stellen en kan hij beide partijen in de gelegenheid stellen om hun standpunten nog eens mondeling toe te lichten. Vaak zal de rechter ook al laten doorschemeren hoe hij tegen de zaak aankijkt. Ook is het heel gebruikelijk dat de rechter probeert om tijdens deze comparitie partijen tot overeenstemming te laten komen. Als dit lukt, dan worden de gemaakte afspraken officieel vastgelegd in een document, het zogenaamde proces-verbaal. Als de gemaakte afspraken door een van beide partijen niet wordt nagekomen, dan geldt dit proces-verbaal als een vonnis.

Vonnis
Komen partijen er ook bij de rechter niet uit, dan zal de rechter een vonnis maken. In veel gevallen is dit een zogenaamd eindvonnis (een definitief eindoordeel), maar ook een tussenvonnis is mogelijk. In een tussenvonnis kunnen delen van de vordering al worden toegewezen en/of kan een zogenaamde bewijsopdracht worden opgelegd aan één van beide partijen. Dit betekent dat een van beide partijen van de rechter de instructie krijgt om iets te bewijzen.

Uitvoerbaar bij voorraad
De meeste van de in Nederland gewezen vonnissen zijn ‘uitvoerbaar bij voorraad’. Deze term staat dan letterlijk in het vonnis vermeld. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat het vonnis direct ten uitvoer kan worden gelegd, ook al stelt de andere partij hoger beroep of verzet in. De deurwaarder kan direct (beslag)maatregelen nemen ter incasso.